fbpx
Top

Hoe word je cabaretier? Leer van cabaretier Jules Keeris

Ik ben geboren en getogen in het Brabantse dorpje Knegsel. En dit is een bijzonder dorp, want hier zit talent in de bodem. Dankzij mijn jeugd heb ik een aantal creatieve en rebelse jongvolwassenen in mijn netwerk zitten, waaronder Jules Keeris. Jules weet nog niet of hij cabaretier, acteur, regisseur of docent is. Maar een ding weet ik wel: stiekem kan hij het allemaal. In mijn interviewreeks “Op zoek naar een droombaan” wilde ik ook heel graag met Jules praten over zijn keuzes, zijn mentaliteit en hoe hij zijn richting bepaalt. Want hij bevindt zich in een onzekere branche waarin alles mogelijk is.


Liever beluisteren? Dat kan ook.

Wat is mijn droombaan? Met die vraag startte ik deze interviews reeks. Klik hier om alle droombaan voorbeelden te lezen.


Theater zit in Jules’ bloed

“Ik studeer Commerciële Economie, maar hierna ga ik de toneelschool doen.” Dat zei Jules altijd, terwijl hij de studie Commerciële Economie nog moest afronden. Bijzonder vind ik dat, hoe je zo zeker kunt zijn dat je iets wil. Maar als ik terugdenk aan Jules in zijn tienerjaren is het ook weer niet zo bijzonder. Theater zit namelijk in zijn bloed.


Al vanaf een jonge leeftijd kreeg hij rollen bij theatervereniging ’t Ros in Knegsel (een hele goede vereniging kan ik je vertellen;) ). Later werden dat hoofdrollen en vormde Jules en zijn vrienden zelfs een toneelgroepje: Saillant Detail. Ik heb trouwens ook nog een blauwe maandag met hem op het podium gestaan. Althans, blauwe maandag. Zeg maar gerust onze hele jeugd. Die meid hieronder met die mooie haren en onderkin, that’s me. Dat waren nog eens tijden.


Hoe word je cabaretier? Jules Keeris met Inge Peeters
Jules en ik in het toneelstuk ‘Pak de Poen’

Jules ontdekte de gitaar en begon zijn eigen teksten te schrijven. Als Knegselnaar had ik het voorrecht om zijn eerste liederen te horen. Zijn teksten hadden altijd één ding met elkaar gemeen: humor. Zo ook in de carnavalskraker die hij in 2019 uitbracht.


Stiekem wisten we het allemaal in Knegsel: Jules gaat later iets doen met zijn talenten. Dat hij cabaretier zou worden was dus niet zo verrassend. Maar toch, cabaretier worden is makkelijker gezegd dan gedaan. Want je moet het maar durven, toetreden tot zo’n onzekere branche. Hoe word je cabaretier? Stapje voor stapje. Jules startte met de opleiding Commerciële Economie. Hoewel dat niet zo’n bewuste keuze was, was het wel een goede keuze. Hier kon hij wat leren over de wereld, wat ouder worden en zichzelf klaarstomen voor zijn droom.


“Hoe heb ik dat volgehouden?”

Dat Jules talent had, was wel duidelijk. Maar met alleen talent kom je er niet. Hij werd toegelaten bij Academie voor Theater op Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg. “Als ik er nou aan terug denk, vraag ik me wel eens af hoe ik dat heb volgehouden. Met name die eerste jaren. Ik was nauwelijks de trein uitgestapt of ik stond al te zingen of te spelen. Dag in dag uit”, vertelt Jules.


Hij omschrijft hoe hij door de jaren heen steeds meer z’n weg vond op de opleiding. “In het begin wil je jezelf bewijzen terwijl je zelf nog aan het ontdekken bent wat je goed kan en wat je leuk vindt. Daarom was het noodzaak om veel te proberen, met vallen en opstaan. En hoewel ik veel over mezelf heb geleerd weet ik nog steeds niet of ik cabaretier, acteur, regisseur of docent wil zijn. Maar dat is prima.”


Hoe word je cabaretier? Jules Keeris bij Academie voor Theater
Academie voor TheaterAfstudeerders Variant 2018Jules staat helemaal links. Fotografie: Vincent Boon

“Pas op dat je jezelf niet te dun uitsmeert, want dan word je onzichtbaar”

Een mooie levensles die Jules op een dag hoorde in de voorstelling Stil de Tijd van Matzer. Ik kan me voorstellen dat het in zo’n onzekere branche verleidelijk is om alle klussen op je pad aan te grijpen. Vooral wanneer je net afgestudeerd bent en je jezelf nog aan de wereld moet laten zien. Te vaak ‘ja’ zeggen kan dus een valkuil worden.


Gelukkig heeft Jules met zichzelf afgesproken dat hij niet overal ‘ja’ tegen hoeft te zeggen. Hij legt uit: “Ja, ik moet veel proberen en mezelf vaak laten zien. Maar als ik niet denk: ‘Dit is facking vet’, dan doe ik het niet. Want ik geloof dat als je alleen de dingen doet die je leuk vindt, dat ook gezien wordt. Op het moment dat ik echt weet waarom ik iets doe en waarom ik iets vets vind, vol bravoure en vol overgave, dan kun je nooit van jezelf balen. Tot nu toe blijkt dat ook steeds weer zo te gaan. Bijvoorbeeld hoe ik mijn eerste show maakte en verkocht aan theaters.”


“Ineens had ik een show verkocht die er nog niet was”

Jules had er wel ooit van gedroomd: een eigen cabaretvoorstelling. Maar na de toneelschool kwam er zoveel op hem af, dat hij nog geen behoefte voelde om daar meteen werk van te maken. Genoeg andere leuke klussen! Zoals zijn spel in ‘Later begint Nu’ van Theatergroep Signatuur Onbekend en in ‘Ook een Dolfijn kun je prima Bakken’ van Theatergezelschap Afslag Eindhoven. Hij deed bewerking en regie van ‘De Vierde Wand’ bij Theater ‘t Ros. Een voorstelling geschreven door Martijn Bouwman en gespeeld door een groep enthousiaste spelers, waaronder moi. Daarnaast was Jules druk met allerlei andere klussen. Ook met het spelen van verleidelijk muzikaal straattheater met De Italianen.


Hoe word je cabaretier?

Alles veranderde toen Jules naar een meeting ging bij Theater De Schalm in Veldhoven. Hij was in de veronderstelling dat dit een soort van “wat kunnen we voor elkaar betekenen” gesprek zou worden.


“Wellicht kon ik deelnemen aan een programma of iets dergelijks. Maar het gesprek liep zo vlot dat ik ineens een show aan het verkopen was die nog niet eens bestond. Ik ging naar huis met een datum en een financiële afspraak. De stressvlekken stonden in mijn nek. Ik moest mijn eerste cabaretsolo gaan maken en de einddatum was al bekend! Hoe word je cabaretier? Door een show te verkopen die nog niet bestaat. Dan moét je wel.”


“Ik wist al snel dat ik geen avondvullend programma wilde maken voor slechts 1 avond. Dus ik ging op gesprek bij allerlei theaters om meerdere avonden te boeken. Ook dat liep verrassend vlot. Het hielp natuurlijk bij sommige theaters dat ik al sinds mijn jonge jaren actief ben in deze regio en dus geen totale onbekende was. Bij andere theaters was ik gewoon een tikkeltje brutaal, dat hoort er ook bij. Voor ik het wist had ik een complete speellijst!”


FACK, waar moet het over gaan?

Hij zette de afspraak in januari en in november zou de eerste voorstelling plaatsvinden. Dat lijkt een lange tijd, maar is het niet. Hij begon met allerlei losse flodders. Hij schreef ideeën op post-its en plakte die op een muur in zijn woonkamer.


Jules bedacht leuke typetjes, scènes en manieren om het publiek te betrekken in zijn show. Hij plakte alles wat hij leuk vond achter elkaar. Er zat niet direct een verhaallijn in, maar dat vond hij niet nodig.


Zijn aanpak leek de goede kant op te gaan, tot dat Jules besefte hoe lang een show van een uur en een kwartier wel niet is. “Ik dacht: Fack, moet het misschien dan toch ergens over gaan? Moet er dan toch een verbinding zitten tussen de scènes? Moet ik dan per se iets te vertellen hebben? Mag gewoon plezier maken ook centraal staan?”


Uiteindelijk zijn die vraagstukken de essentie van de voorstelling geworden. Het gaat over de druk die Jules ervaart. Mag hij gewoon plezier hebben en entertainen, of moet hij presteren en iets te vertellen hebben? Hier de trailer van zijn voorstelling: ‘De Uitverkorenen’.



Of Jules zenuwen heeft als cabaretier?

Maar liefst 10 avondvullende shows stonden er op de planning (En dit jaar komen er nog 12 avondvullende voorstellingen bij). Zenuwslopend lijkt het me. Maar ik kan je vertellen, er was niks van te zien dat Jules enige zenuwen kent. “Die heb ik wel hoor”, vertelt hij. En hoewel hij zich soms helemaal kan opvreten voor of na een voorstelling, weet hij altijd een soort rust te vinden in het moment. “Ik kan dit soort momenten altijd goed bespreken met mijn vader en broer Sjef. Zij zeggen dan dat ik erop moet leren vertrouwen dat het allemaal wel gaat lukken. Dus ook als ik niet helemaal in het moment ben, accepteren dat het zo is en erop vertrouwen dat het goed komt.”


Cabaretier Jules Keeris bij zijn eerste voorstelling
Cabaretvoorstelling van Jules ‘De Uitverkorenen’ in De Kattendans, Bergeijk. Fotografie: Jake Gilroy.

Als je je geen zorgen maakt, zijn ze er ook niet

Jules heeft nu al iets gemaakt waar hij nooit van had durven dromen: een eigen cabaretvoorstelling. En toch vindt hij het soms moeilijk om daarvan te genieten. Hij is al regelmatig bezig met wat hij na dit theaterseizoen wil doen. Moet hij dan meteen iets nieuws hebben? Heeft hij gefaald als hij dat niet heeft?


Daarmee legt hij zichzelf natuurlijk veel druk op. En die druk gaat ten koste van plezier. Om die druk te minderen zegt hij tegen zichzelf dat hij op elk moment mag stoppen en iets anders mag gaan doen. Als hij na deze tour wil regisseren, dan mag dat. Als hij wil acteren, mag dat ook. Hij wil in het moment beslissen. Alleen is dat af en toe lastig omdat prestatiedruk altijd aanwezig is in de culturele branche. Want waar blijf je als mensen je vergeten en je momentum verliest?


Jules laat zich niet gek maken

“Zolang je ideeën hebt, heb je werk”, zegt Jules. “Ik had na de opleiding kunnen lesgeven om zekerheid te hebben. Dan had ik nu in de coronacrisis gewoon een vast inkomen gehad. Maar ik kies ervoor om te doen wat ik leuk vind. En op een bepaalde manier heb ik zekerheid. Want zolang ik ideeën heb, kan ik altijd werk creëren. Je bent niet zomaar failliet. Als er echt niks meer is, kan ik vast wel ergens tosti’s bakken. Iemand zei ooit: Als je je geen zorgen maakt, zijn ze er ook niet. Daar houd ik me dan maar aan vast.”


Gun jezelf de tijd om aan te kloten

Ik vind het bewonderenswaardig hoe Jules zichzelf, ondanks de erkende prestatiedruk, de tijd geeft om uit te zoeken wat hij na de voorstellingen wil. “Het geeft me lucht om te beseffen dat alles kan. Ik twijfel ook vaak genoeg maar ik doe niet iets uit zekerheid. Ik gun mezelf de tijd om precies te doen waar ik zin in heb.”


De bovengenoemde mantra’s komen natuurlijk niet uit de lucht vallen. Jules leeft met veel onzekerheden en onregelmatigheden. Dat is nou eenmaal het wereldje waarin hij zich begeeft. Een vakgebied met hoge pieken en soms ook diepe dalen.


“Ik hoop dat ik wat meer rust ga vinden. Dat ik accepteer dat alles is zoals het is. Dat ik kan blijven genieten van dingen die ik vet vind in plaats van dat ik me laat leiden door onzekerheden. Want ik doe zoveel vette dingen!”


Ik wacht met smacht op het volgende…

“Geef jezelf de tijd om aan te kloten”, dat is me na dit interview het meeste bijgebleven. Maar ook: “Als er echt niks meer is, kan ik vast wel ergens tosti’s bakken.” Het leven is niet zwart-wit zoals succes en falen soms gezien wordt. Dus: hoe word je cabaretier? Door lekker te genieten en dingen te proberen, dat is wel een beetje de essentie van hoe Jules Keeris te werk gaat. Af en toe werkt de prestatiedruk hem tegen, maar dat is meer dan logisch als je je zo kwetsbaar opstelt. Ik heb er bewondering voor hoe hij zichzelf voor de leeuwen gooit, keer op keer.


Ik wacht met smacht op het volgende! Wil jij cabaretier Jules Keeris ook bewonderen in het theater? Check dan zijn speellijst.


Cabaretier Jules Keeris
Fotografie: Jake Gilroy

Wat is mijn droombaan? Met die vraag startte ik deze interviews reeks. Klik hier om alle droombaan voorbeelden te lezen.

2 Comments
  • Christ

    Leuk stuk!

    28 juli 2020 at 07:43 Beantwoorden
    • ingpeeters@hotmail.com

      Dankjewel Christ!

      30 juli 2020 at 17:03 Beantwoorden

Laat een reactie achter